Categoriearchief: Cultuur

Oriana Fallaci

De Stefano schreef een mooi portret van een gedreven journaliste (bron foto – auteur)

In 2006 overleed ze, en ze dreigt onterecht te worden vergeten. Oriana Fallaci was één van de meest spraakmakende en vooraanstaande journalisten van de 20e eeuw. Ze was Italiaanse in hart en nieren, misschien nog wel meer Florentijnse.

L’aereo sorvola l’oceano immerse nel buio. All’improviso I finestrini si riempiono di luce. ‘Guarde, Oriana, l’aurora boreale’, sussura ik nipote. Lei non respnonde.  È assopita. stordita dalla debollezza. Siede su una della poltrone reclinabili, coperta dalla sua pelliicia. Ha freddo, anche se l’estate non e ancora finite. È il 4 settembre 2006 e Oriana Fallaci torna a Firenze,

Centrum

Toch verhuisde ze in 1963 naar New York, omdat dat destijds het centrum was van de mondiale journalistiek. Ze woonde er een halve eeuw en schreef vanuit The Big Apple artikelen voor het Italiaanse weekblad l’Europeo.

Vertaler Jan van der Haar heeft het gloedvolle Italiaans vakkundig overgebracht naar nuchter en zakelijk Nederlands:

Het toestel vliegt boven de in het donker gehulde oceaan. Plotseling vullen de raampjes zich met licht. ‘Kijk, Oriana, het noorderlicht’, fluistert haar neef. Ze geeft geen antwoord. Ze is ingedut. versuft en verzwakt. Ze zit in één van de verstelbare stoelen met haar bontjas over zich heen. Ze heeft het koud, al is de zomer nog niet voorbij. Het is 4 september 2006 en Oriana Fallaci keert terug naar huis.

Een grootse klassieker van Oriana Fallaci (bron foto – auteur)

Biografie

In 2013 schreef de Italiaanse journaliste Cristina de Stefano de biografie Oriana, una donna. Twee jaar later verscheen de Nederlandse vertaling Oriana, een vrouw. De titel is een mooie verwijzing naar Fallaci’s klassieker Een man (1979), een bevlogen portret van het verzet van haar Griekse vriend tegen de dictatuur in zijn land.

Ha volute lei questo viaggio verso casa. Da quasi cinquant’anni vive a  New York, ma desidera che tutto finisca dove ha avuro inizio, La cabina è in penombra, per non ferorle glo occhu malare. Accanto a lei ci sono due dotoresse, pronte a intervenire in caso di emergenza. In realtà , resta tutto il viaggio ummobile sul sedile, raggomitolita su sé stessa, immerse nei recorde. Firenze le viene incontro lentamente, partondo con sé il passato.  

Groten

Dezelfde passie had ze voor de interviews, die ze in die jaren had met de groten der aarde, zoals de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger, de West-Duitse bondskanselier Willy Brandt en de Zuid-Vietnamese president Ngyen van Thieu. De vraaggesprekken werden in 1974 gebundeld in Interview met de geschiedenis.

Ze wilde deze reis huiswaarts. Al bijna vijftig jaar woont ze in New York, maar haar wens is dat alles eindigt waar het is begonnen. De cabine is in het halfduister gehuld, om haar zieke ogen te sparen. Naast haar zitten twee vrouwelijke doktoren die in geval van nood zo kunnen ingrijpen. De hele reis lang blijft ze echter in haar stoel zitten, ineengedoken in haar herinneringen. Florence komt haar langzaam tegemoet, en met de stad het verleden..

Zangerig

Op YouTube kun je filmpjes van haar zien, waarop ze wordt geïnterviewd door Amerikaanse collega’s. Ze woont dan al jaren in New York en spreekt vloeiend Engels, maar je hoort het zangerige, melodieuze Italiaans er dwars doorheen.

Fallaci’s kijk op de wereldleiders van haar tijd (bron foto – auteur)

Legendarisch

Haar liefde voor boeken was legendarisch. Zowel in New York als in Florence had ze een omvangrijke bibliotheek. In het Italiaanse origineel staat er:

Ovunque si guardi, la casa è piena di libri, per il quali Oriana ha un amore assoluto, quasi fisico. È da sempre apassionata di libri d’epoca, colleziona prime edizioni delle opera di Shakespeare, dei classici latini e greci, dei grandu pensatori conte Voltaire.

In de Nederlandse vertaling is dat als volgt:

Waar je ook kijkt, het huis staat vol boeken, waarvoor Oriana een absolute, bijna fysieke liefde koestert.  Ze heeft haar hele leven al een passie voor oude boeken, ze verzamelt eerste drukken van Shakespeare, van de Latijnse en Griekse klassieken, van grote denkers als Voltaire.

Azuurblauw

Ik beheers het Italiaans niet, maar als je de originele tekst luidop leest, dan hoor je als het ware het water van de azuurblauwe Adriatische zee stromen, dan voel je waarom Italiaans de taal is van de opera met haar zuidelijke passie en hartstocht. Het zijn die ingrediënten die Oriana Fallaci’s boeken tot tijdloze wereldliteratuur maken.

Vassil Levski (bron foto – auteur)

Tot slot – wat zou Levski er van gevonden hebben?

Levski zou het goed hebben kunnen vinden met Fallaci. Ze waren beide zeer eigenzinnig, uiterst gedreven en met ieder een volstrekt heldere visie op de wereld. De Apostel van de Bulgaarse vrijheid zou het hebben toegejuichd dat Fallaci in New York door en door Italiaanse bleef. Oriana Fallaci was tijdens haar leven een wereldberoemde legende. Levski’s faam was en bleef beperkt tot Bulgarije.

 

 

 

De citaten komen uit

  • Oriana, een vrouw, Cristina de Stefano, Xander Uitgevers, 2015
  • Oriana, una donna, Cistina de Stefano, Rizzoli, 2013

Kannibalen

Büch schreef boeiend over kannibalen en musea (bron foto – JB)

Bestaan die nog? Dat is toch iets uit jongensboeken, en lang vervlogen tijden? Boudewijn Büch en Sabine Kuegler schreven er boeiende boeken over.

Museum

De globetrotter Büch schrijft er uitvoerig over in zijn boek De hele wereld in een vitrinekast (2001). Hij schreef het in opdracht van het Leidse Rijksmuseum voor Volkenkunde. Dat is niet zo gek. want Büch was verzot op bibliotheken, archieven en musea. Zijn boek geeft een beeld van het museale collectiebeleid in de 19e en 20e eeuw.

Lijken

Dat klinkt slaapverwekkend saai, maar dat wordt anders als je leest dat musea vroeger lijken en skeletten tentoonstelden. Tegenwoordig zou dat stormen van protesten opleveren, maar in de koloniale tijd van rond 1900 was dat heel normaal, Mensen hadden toen geen geld om te reizen naar exotische oorden, dus haalden de musea de wereld van ver weg naar Nederland.

Kookpot

Daartoe hoorden ook kannibalen. Het boek bevat termen zoals kannibalogie, koppensnellers en inboorlingen. Het zijn woorden uit lang vervlogen tijden, je krijgt er jongensboekachtige beelden à la Willy van der Heide bij. De kannibalistische kookpot, die erg tot de verbeelding spreekt, heeft echter nooit bestaan. Bovendien was, zo legt Büch uit, de werkelijkheid van koppensnellen niet bepaald exotisch. Antropologen ontdekten dat het te maken had met territorium, het afbakenen of juist het veroveren daarvan.

Sabine Kuegler schreef realistisch en betrokken over het leven in de jungle van Paoea Nieuw Guinea (foto – JB)

Zendeling

Sabine Kuegler belicht in haar boek Dochter van de jungle, een meisje uit de steentijd (2005, Duitse origineel Dschungelkind, 2005) de andere kant. Büch reisde vaak naar de eilanden in de Stille Oceaan, de Zwitserse woonde er van haar vijfde tot haar zeventiende. Haar ouders werkten als zendeling en in het onderwijs bij de Fayu-stam in Papoea Nieuw Guinea. De achterflap van het boek meldt als spannende tekst dat de Fayu’s voormalige kannibalen waren.

Vergelijking

Büch verbaast zich in zijn boek over de compleet andere wereld die het Stille Zuidzee-gebied is. Kuegler valt hem onbedoeld bij. Ze stelt dat de Fayu’s eten, drinken, voelen, ruiken, haten en beminnen zoals Europeanen. Maar verder gaat elk vergelijking mank.

Indringend

Kuegler geeft een indringend beeld van het leven in de jungle. Los van fantasie of verbeelding vertelt ze hoe ze als klein meisje spelenderwijs haar weg met en tussen de Fayu’s vond. Toen ze op haar 17e naar een Zwitsers internaat moest, was dat een ramp. De tiener dacht, voelde en handelde als een Fayu. En kannibalen? Büch schrijft dat kinderen van voormalige koppensnellers in de jaren vijftig door missionaren naar school werden gestuurd.

Vassil Levski (bron foto – auteur)

Tot slot – wat zou Levski er van gevonden hebben?

Hij zou het kannibalisme hebben verafschuwd. Levski heeft slechts één keer in zijn leven een medestrijder moeten doden, en was daar bepaald niet trots op.

Dorp(skrant)

Wabe Wisses keek niet alleen naar zijn eigen dorp, maar wierp af en toe ook een blik naar buiten (bron fot -JB)

In 1992 verscheen in de Leeuwarder Courant het laatste nummer van Bokwerder Belang, de fictieve krant, waarin Rink van der Velde alias redacteur Wabe Wisses Rzn verslag deed van de gebeurtenissen in het denkbeeldige dorp Bokwerd.

Koloniaal

De artikelen werden gebundeld in vier boeken, waaronder Bokwerd omhoog (1977) en Bokwerd forever (1979). Enerzijds getuigen ze van een heerlijke, kleinburgerlijke mentaliteit, anderszijds schemert er ook iets door van de plaats van een klein dorp in de grote wereld. Bote Bijster, de dorpsbewoner die ooit in Nederlands-Indië woonde, herinnert de lezer op gezette tijden aan het leven aan de andere kant van de wereld. Wabe Wisses wijst de lezer er regelmatig op hoe de bewoners in de Hoofdplaats in zijn ogen vrijwel alles verkeerd doen. Het is Bokwerdse dorpstrots op zijn best.

Fenomeen

Het Bokwerds is een boeiend fenomeen. Rink van der Velde ging onder zijn alias op een mild-ironische wijze om met de kritiek dat het Nederlands van Friezen doorspekt zou zijn met friesismen. Kenmerkend daarvoor is de ondertitel van Bokwerder Belanghet is met zeggen niet te doen. De woorden zijn weliswaar Nederlands, maar de uitdrukking is Fries. De redacteur is heel creatief met taal. idioom en zinslengtes, waardoor ook het lezen van de artikelen de nodige creativiteit vergt.

Mak schreef over de plussen en de minnen van het Friese platteland (bron foto – JB)

Geert Mak

Bokwerder Belang (1970-1992) kan worden gezien als de voorloper van Hoe God verdween uit Jorwerd (1996), de klassieke bestseller van Geert Mak. De Amsterdamse journalist van Friese afkomst deed daarin op zijn eigen, onnavolgbare wijze verslag van de teloorgang van een dorp op het Friese platteland.  In 2009 verscheen een luxe, gebonden editie met kleurenfoto’s.

Gekleurd

Toch was Mak, ondanks zijn journalistieke objectiviteit, gekleurd. Jorwerd was immers al langer bekend van het openluchttoneelspel, dat elke zomer in de notaristuin gespeeld wordt. Het Friese dorp is er nog altijd, en het doprse leven gaat gewoon door. Mak’s verdienste is dat hij, door middel van Jorwerd, het (Friese) platteland op de kaart heeft gezet.

Over het wel en wee van een dorp in de Friese Wouden (bron foto – JB)

Buitenland

Yn’e line is een goed voorbeeld van een serieuze dorpskrant. Sinds 1980 doet het tijdschrift op een verantwoorde, journalistieke wijze verslag van het wel en wee in Tytsjerk. De hoofdtaal van het tweemaandelijkse blad is Nederlands, maar er zijn altijd bijdragen in het Fries. Yn’e line is ook een mooi voorbeeld van een dorpskrant die over de grenzen kijkt. Sinds enkele jaren staat in elk nummer een interview met oud-Tytsjerker die in het buitenland woont.

 

 

 

Vassil Levski (bron foto – auteur)

Tot slot – wat zou Levski er van hebben gevonden?

Hij zou het uitstekend gevonden dat mensen zich inzetten voor hun dorp, of dat het fictieve Bokwerd is, of de reële dorpen Jorwerd en Tytsjerk. De revolutionair had zijn leven lang een nauwe band met zijn  geboortestad Karlovo. Sinds 1937 is daar een Vassil Levski Museum.